Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo eindigde Tak zijn artikel „Na tien jaren" in den jaargang 1904. Voor wie van grafschriften houdt, zou dit er een zijn om te plaatsen op een grafsteen voor Tak. Want hem die niet bestemd scheen voor het gewoel der gelederen, ook niet bestemd scheen voor het aanvaarden der discipline die in goede gelederen heerscht, hem die de onrust van den strijd zoo lang en zoo zorgvuldig had gemeden, hem had de strijd de puurste vreugde gegeven die het leven den meest veeleischenden kan bieden.

De vreugde om te mogen strijden voor wat hij als het mooiste had gevonden, als het eenig mooie want als de voorwaarde voor het begin van het mooie, de strijd voor de machtsvorming van de arbeidersklasse, was hem het eenige geworden. Al wat hem vroeger begeerlijk en kostbaar was geweest, was hem in de laatste jaren nietswaardig gebleken. Wie Tak goed gekend had van 1883 tot 1893 en intiem met hem verkeerde tusschen 1898 tot 1907, moest in de levensgewoonten en levensvervulling van deze twee mannen een sterke tegenstelling zien. Op zijn leven van vroeger, dat, getoetst aan het gemiddelde zijner maatschappelijke omgeving van toen, altijd geestelijk hoog en geestelijk vol was geweest, zag hij nêer als op iets minderwaardigs en leegs. „Ik ben begonnen met rusten en heb de rust lang volgehouden, daarom word ik nu van het werken niet moê." Het was zijn typische antwoord aan een vriend, die hem wel eens tot matigheid spoorde bij het aanvaarden van werk. Er was in hem gekomen een zeker gemis aan matiging in het geven van zichzelf, in hem die langen tijd op zijn eigen zelf zoo zuinig was geweest. Zeker had hij het gebrek van de deugd, zich tenvolle te geven. Het ware mogelijk geweest zijn krachten economischer te besteden. Een splitsing te maken tusschen wat van hem het doelmatigst kon worden gevraagd, en wat aan anderen kon worden gelaten. Doch hij wilde van zulke splitsing niet weten. Het leek hem ontbering zich te sparen, waar elk zich geven hem vreugde was geworden.

Zoo heeft deze man in de negen jaren na zijn vijftigste,

Sluiten