Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LS de klokken het jaar inluien, dan wordt er een kind geboren, en het wordt verzorgd en gekoesterd, en de jonge moeder kijkt met lachende oogen naar met smart veroverd geluk.

Maar een andere moeder smoort in waanzin van angst haar kind en bergt het in

diep water weg.

De poort van 't leven gaat open, maar de weg daar achter, daarvan is geen keus, daar liggen de kansen, de meeste slecht. En tegen tien ouders, die met vreugde zien op hun kinderen, omdat het ze goed zal gaan, staan er honderd, die zuchten: och Heere, weer een nieuw jaar, hoe zal het nü zijn?

Want weinig vermag de bedoeling van ouders en hunne sterke liefde tegen den nood, den louter stoffelijken, den onnoodigen en daarom zoo wreeden nood, die het lot der velen bepaalt. Er is veel droefheid, die allen treft en niet te voorkomen is, maar er zijn ook pijnen eindeloos, velen bij de geboorte opgelegd, enkel door de slechte plaats hun gewezen bij de verdeeling der stoffelijke, der allerminste dingen.

Er is een zoeken naar beter, maar ze vinden den weg niet. Goedig zijn velen, maar goed zijn hebben de menschen niet geleerd. Rond loopen ze in de kleeding van opgedrongen begrippen, witte en blauwe, en roode en zwarte, zóo, dat men de menschen niet meer ziet, maar alleen hun kleed, dat toch maar een kleed is. En elk went er aan en krijgt het lief, en stoft het af, en dirkt het op, en plooit het in de fraaiste plooien, tot hij vergeten heeft, dat het maar een kleed is. Ik ben een blauwe, zegt de blauwe, en wat niet blauw is, is niet goed. Zwart is het heil, en wat niet zwart is, zij ver-

NIEUWE JAAR.

Sluiten