Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar er staat een eisch naast: dat het gezag door zijn handelen eerbied afdwingt. Komen niet allerlei vergrijpen van superieuren in eiken levenskring voor, die worden gestraft op allerlei manieren zonder dat het gezagsbegrip daaronder lijdt? Het eenige middel om gezond gezag te handhaven, is dat er zware eischen aan worden gesteld, en dat bij twijfel aan de richtige uitoefening een objectief onderzoek uitmaakt wat er van de zaak is. Staalman antwoordde op den bruusken en oppervlakkigen overval van dien forschen woordenvloed: „Niet wanneer deze zaken hier in de Kamer worden gebracht, wordt het gezag ondermijnd, maar wel wanneer straffen worden uitgedeeld, die in strijd zijn met elk begrip van humaniteit." De Kamer was nog niet van haar juichen bekomen en zweeg. Maar het leger en het volk wachten op deze opmerking nog het antwoord. Of de man wat ruw spreekt, of hij de genoemde fouten heeft begaan, dat doet tot de zaak niets af. De hier aangehaalde zinsnede is niet fout en niet ruw. Er is zelfs geen pretext te vinden om er het antwoord op schuldig te blijven. Ja, ruw — dat is de doodzonde, — niet in een overste, maar in een Kamerlid. Glad en gepoetst moet deze zijn. Maar ieder vogeltje zingt zooals het gebekt is, en het waren de kraaien die het uitbrachten. Toen de heer Kerdijk den 29sten November aan de Kamer wilde te kennen geven, hoe hij over den heer Van Houten dacht, zei hij, volgens het Bijblad: „En over den zedelijken zin van ons volk zou ik ongunstiger denken dan ik doe, indien ik niet mocht aannemen, dat over het optreden van dien minister, met het samenstel van deze ambtgenooten, en met de opvatting dezer Regeering van hare taak, het oordeel in politiek-zedelijk opzicht niet *) vaststond."

Om zulke zinnen te bouwen en om ze dadelijk te begrijpen, moet men jaren van parlementservaring achter zich hebben. Ruw is dat niet, en Staalman zou het niet kunnen zeggen. Al is hij een fijne, dat is voor hem te fijn.

•) De zin was zelfs te ingewikkeld om bij de correctie dat tweede „niet" te doen in 't oog loopen en schrappen.

Sluiten