Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar kon niet juist daarom zijn onvertogen woord, ook ai gaat het eens te ver, een welkome opfrissching zijn voor de Kamer, en moest deze, inplaats van met haar gejuich, niet veeleer den ondoordacht strafpreekenden Schaepman hebben begroet met het historische woord van den Naarder korporaal: „Och kom nou?"

7 April 1895.

ra ra de eerste mei. ra ra

ALS de Mei-maand nadert en wij verlangend uitzien naar het groen der nieuwe lente, dan komt er in de burgelijke gemoederen eene vrees, nu sedert enkele jaren, wat de eerste dag van Bloeimaand wel brengen zal. Men acht moord en doodslag mogelijk, als een deel van het proletariaat zijn feestdag viert, zijn dag van blij uitzicht in de toekomst, zijn dag van verbroedering in gemeenschappelijke verdrukking. En de spiesburgers vragen elkaar angstig op dien dag: „Is er wat gebeurd?" Het Amsterdamsche stadsbestuur weigerde zelfs verleden jaar een leegstaanden tuin beschikbaar te stellen voor de feestvierende kinderen der arbeiders, uit vrees voor onlusten, eene onderstelling waarvan de onwaardigheid slechts door hare belachelijkheid wordt geëvenaard. Kans op onlusten bij een kinderfeest... het denkbeeld kan slecht uit een politierapport afkomstig zijn. Die onrust der gemoederen en die angst vinden hun oorsprong niet in volkomen zuiverheid des gewetens. De burgerij beseft wel dat er aan de samenleving wat hapert, en dat zij tot verbetering nog heel weinig heeft beproefd. En als een aanzienlijk getal arbeiders in vele landen op denzelfden dag de hoofden bijeen brengen en met elkaar spreken over de mogelijkheid van andere tijden, dan doet het slechte geweten eene vrees ontstaan voor de glasruiten en voor wat daarachter is.

Sluiten