Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men kent de Lombok-historie. Ik wil nu eens aannemen, dat in het belang der koloniën het gewapend overvallen van dat eiland noodig was. Ja zelfs, dat men sympathie had voor verdrukte Sassaks.

Hoe is nu in de kringen die met redevoeringen, al of niet na tafel, voor het Nederlandsche volk in 't openbaar spreken, de indruk geweest? Die van loutere aanbidding van het succes, onder de vermomming van hooge waardeering van beleid en dapperheid.

De heer Vetter, die hier onlangs met eenig vertoon is binnengehaald, is op de zotste manier toegesproken door overigens verstandige menschen. De burgemeester van Amsterdam liet zich door de feestvreugde verleiden om den generaal, die de beide kansen des oorlogs in korten tijd heeft ervaren, gelukkig voor hem de beste kans het laatst, toe te voegen dat hij, Vetter, het bewijs had geleverd, dat de Nederlandsche Leeuw niet met zich laat spotten. Wanneer is dat bewijs geleverd? Bij de nederlaag in Augustus, of bij de latere bloedige revanche? En was de geduchtige spotter wel een partij, tegen welke voor den Leeuw eer was te behalen ? Hangt de kracht, met welke het symbolische dier zijn lichtgeraaktheid kan doen gelden, niet samen met het aantal uitgezonden bataljons, en dit weer met wat men er voor over heeft? Hiermeê is geenszins bedoeld eene geringschatting van persoonlijk optreden der vechtenden, noch van de intelligentie en energie, die noodig is voor een goed militair beleid. Voor beide zijn qualiteiten vereischt, die het te bedroevender maken, die zij zoo moeten worden aangewend. Als wij ons door het verleidelijk en aanstekelijk gloriebegrip laten beheerschen, loopen wij gevaar den arbeid der menschen te gaan geringschatten, als hij op nuttiger en nobeler doel is gericht. En kinderlijke naturen worden in vredestijd zoo licht door het chevalereske van den oorlog bekoord, dat hun geen krachtsinspanning heerlijker voorkomt dan die van den degenomklemmenden vuist.

Een Hollandsch journalist, die mêe voer naar Kiel op eenj

Sluiten