Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou nog weinig beteekenen en gelijk staan met harmonie te verwachten van twee instrumenten die in verschillende stemming éen melodie zouden geven. Want juist dit is het, dat deze dingen nog met een andere maat dan die van het verstand moeten worden gemeten.

Die andere maat heeft een oorsprong misschien nog geheimzinniger dan die der Rede, en om het u kort en goed te zeggen, — nu ik zie dat ook de zeer krachtigen beginnen te twijfelen*), — is haar te bezitten, haar als een onvervreemdbaar kleinood te bewaren, het pand eener aristocratie naar den geest, wel is waar in deze eeuw een hoe langer hoe zeldzamer wordende wezenheid, maar wellicht nog niet zóo zeldzaam geworden dat ik althans niet uit enkeier naam hier zou spreken, wanneer ik u daag voor het forum van al wat sints menschen-geheugenis den ter aarde gerichten blik van den lijdenden en zwoegenden mensch zich omhoog te richten gedwongen heeft, van al wat ooit als teeken der godheid in sprakelooze schittering gestraald heeft door de duisterste nachten. Al ware het dan nog duizendmaal ijdeler en nog tienduizendmaal nutteloozer, toch wil ik zeggen dat ik de vergoding van wat men nu volk noemt, en de materialistische miskenning van het geestelijke, van wiens luister wij nog slechts zeldzaam van verre een enkele flauwe afglans vermogen te scheppen in de enkele manifestatiën van levensmagnificentie die de dalende zon van Konings- en Keizerschap als afscheidsgroet zendt aan deze steeds glansloozer wordende aarde, — toch wil ik zeggen dat ik de miskenning der goudgeworden

Idee, als ook van de groote mystieke emotie der volksbewondering haat en verfoei en daarmede de leer waaruit zij voort is gekomen.

Want die leer van het verouderde materialisme, dat zich thans in den sociologischen mantel vermomt, beperkt zich niet in haar werk voor de toekomst tot de sfeer van het enkel-stoffelijke leven, maar wel verre van daar meent zij recht te moeten wijzen in de hemelhoog boven die sfeer •) Tweern. Tijdschrift van Mei, „De letterkundige" door L. van Deyssel.

Sluiten