Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er eenige wezenlijke schade aan ware toegebracht. Hij had de 5000 k 6000 man meer die hij noodig acht, kunnen inlijven. Men zocht dan ook naar eene verklaring waarom de minister zijn werk aldus vernielde. Nu komt „Het Volk", in een stuk dat blijkbaar direct uit de Kamer komt, vertellen dat de minister zijn wet liet vallen, omdat de koningin zich verzette tegen opneming van den verkorten oefeningstijd in de wet. En „De Telegraaf' verneemt uit Den Haag, „dat in welingelichte kringen wordt beweerd dat het op uitdrukkelijk verlangen van H. M. de Koningin is, dat de minister van Oorlog zich heeft verzet tegen het opnemen van 8l/j maand in de legerwet". Het geval is niet van direct ongelukkig gevolg, maar dat wil ik thans niet bespreken. De vraag is of, indien wat in de beide bladen wordt gezegd waar is, de kroon zich hier niet sterker in de voorbereiding der wetgeving heeft gemengd dan voor eene regelmatige ontwikkeling van ons staatsleven wenschelijk is. Het wetten-maken is een zaak van de volksvertegenwoordiging met de door haar aangewezen ministers, het formeele recht van niet-bekrachtigen blijft aan de kroon, maar deze zal in den regel wèl doen zich niet bevoegd te achten tot het beoordeelen van speciale bepalingen. Daarvoor wijzen de kiezers hun vertegenwoordigers aan.

Is de toedracht van de zaak werkelijk zoo als de kranten zeggen, dan is zeker de heer Eland een zwak minister gebleken. En ook zijn collega's, met wie de zaak wel zou besproken zijn, zouden dan blijk hebben gegeven van een ontrustend gemis van besef hunner positie.

En waar voor ons allen de vraag zich voordoet of in het gevolg van den luister eene in de staatsinstellingen niet bedoelde en dus uitgesloten functie een plaats tracht te verwerven, wordt de beteekenis van dien luister zeiven ernstiger. Het zou de moeite waard zijn Thorbecke over dit geval nog eens te hooren. Inmiddels zou aan den heer Eland de Gouden Koets kunnen worden aangeboden om van zijn Departement definitief naar huis te rijden.

16 Maart 1901.

Sluiten