Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m ra VERBIJSTERING. ffl ffl

ZOOALS men weet is na ernstig zoeken naar eene formule, de Vrijzinnig-Democratische Bond gebleken van oordeel te zijn, „dat ter verkrijging van maatschappelijken vooruitgang, tempering, niet verscherping van den klassens.trijd noodzakelijk is. Eenerzijds keurt (de Bond) af het streven naar afschaffing van het persoonlijk eigendomsrecht op productie-middelen; anderzijds verwerpt hij de meening, dat de Staat in het economisch leven zijner burgers slechts noodgedrongen, schoorvoetend, behoort integrijpen."

Stevig aanpakken dus, den heelen tuin omspitten, maar het heilig huisje van den persoonlijken eigendom der arbeidsmiddelen moet overeind blijven staan. Daarover is hier al eens vroeger *) gesproken, maar er doet zich na de definitieve vaststelling toch nog een belangrijke vraag op. De klassenstrijd is nu erkend; doch wij weten eigenlijk nog niet in welk kamp de vrijzinnig-democraten staan. Zij houden het eigendoms-princiep hoog, maar zijn bereid het zoo duchtig te verminken, dat zij eigenlijk niet in de gelederen der kapitalisten meêvechten; althans dezen wenschen zulke bondgenooten niet. Kijk het maar na in hun kranten. En van de sociaal-democraten die vooraan staan in den scherp te voeren klassenstrijd, willen de vrijzinnigen toch ook niets weten. Van beide kanten is gebleken dat beider streven in grondslagen en doel recht tegen elkaar ingaan.

Waar staan nu de vrijzinnigen in den klassenstrijd?

Men kan dien strijd ontwijken als men op een buitentje aan de Vecht gaat wonen om er kippen te houden, die zich rustig laten afpakken wat de eieren meer waard zijn dan het voer. Maar als men eene politieke partij sticht en daarbij erkent dat de maatschappij in twee vijandige kampen is gescheiden, moet men toch weten in welk van beiden men •) Zie de Kroniek van 9 Maart 1901.

Sluiten