Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Een nieuw beginsel zou het dus zijn, in dien egoïstischen sfeer het recht te introduceeren; een moreele politiek voor te staan, die aan alle richtingen, kerkelijke en onkerkelijke, ook in de praktijk, een gelijke rechtsbedeeling schonk; - en welke aan de overtalrijke weinig- of niet bezittenden, de on- en minvermogenden, mede het roer van den Staat in handen gaf, dat zoo lang tegen hun belang in was gewend. Een nieuw beginsel, dat dan deze echt democratische heeren in hun politiek regelrecht naar het volk zou voeren, waarvoor zij van nu af zouden leven, tot het onrecht was hersteld: - overtuigd als zij waren, dat de heeren bezittenden vooreerst hun zorgen niet behoefden, daar deze wel voor hun eigen belangen zouden waken: - een principieele partijformatie derhalve, uitsluitend den minvermogenden en misdeelden tot steun."

En thans klaagt de heer De Koo dat door het gedoe der vrijzinnigen, „zulk eene partij (blijft) ontbreken als waaraan men hier te lande het meest behoefte heeft".

Ook hier enkel raadselen. Wat is dat recht, dat in den egoistischen sfeer van den klassenstrijd moet worden geïntroduceerd? Alle recht was tot nogtoe de juridieke constructie van een economischen toestand; maar wat is dit recht, dat uit eigen kracht juist de economische verhoudingen moet wijzigen ? Is hier niet eene verplaatsing van oorzaak en gevolg? „Van hoeveel beteekenis", zegt de schrijver, „zou dan niet een niet-socialistische partij kunnen worden, die zich, evenals de S. D. A. P., geheel aan de misdeelden gaf, en hun vertrouwen wist te winnen, omdat zij hen werkelijk trachtte op te leiden ten einde deel te kunnen nemen aan den klassenstrijd, den niet te ontkennen, den pas aangevangen, den voor den socialen vooruitgang volstrekt onontbeerlijken klassenstrijd? Zulk een groep welmeende en moreele burgers zou, in de overtuiging dat de klassenstrijd onontkoombaar en heilbrengend is, de arbeiders ervoor opleiden. Recrutenschool, compagnie-school, bataljon-school en al wat er bij hoort. Zij zouden met volle bewustheid de arbeidersklasse weerbaar maken in den strijd tegen het kapitaal....

Wel, als de heer De Koo ze vinden kan — ik zou zeggen, laat de heeren eens komen. Ik zou ze wel eens willen zien. Maar eene bescheiden vraag zij vooraf veroorloofd: waarom laten die zoo overtuigde instructeurs, en de chef in de eerste

Sluiten