Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rolt het weefsel vlugger en fraaier van de nieuwe machine, uw loon blijft bepaald door uw nooddruft, de noodzakelijkheid van de markt wil het zoo. En zij zal het zoo willen voor uwe kinderen en kindskinderen, die als arbeiders zullen staan aan weer nieuwe, weer betere machines, en nog vlugger en fraaier het weefsel zulten afleveren.

De verbetering der techniek komt niet ten voordeele van den arbeider, zelfs niet voor een deel. Zoo luidde het vonnis; want ik, patroon, moet concurreeren aan de markt.

Wel kan de stijging van den levenstandaard, gesteund door de arbeidersbeweging, in geringe mate en in lang tijdsverloop het loon iets doen rijzen: dit is zeker niet uitgesloten, en de oorzaken daarvan werken in alle landen, zoodat de markt er zich aan went. Maar het gaat langzaam en met mondjesmaat. De groote oplossing die gelegen is in de verbeterde machine, kan den verbruiker en den fabrikant ten goede komen, maar niet den arbeider. De markt wil het niet, en zij is de uitdrukking van het systeem. Is zij willig, hebben wij de machine wat vroeger verbeterd dan een ander, zijn de omstandigheden waaronder het product wordt verkocht gunstig, dan openbaart zich dat in het voorjaar in de hoogte van het dividend. De arbeid ondervindt er den invloed niet van: hij wordt gekocht als de ruwe katoen, als de machines, als de steenkolen, aan de markt. En een verstandig kooper geeft niet meer dan noodig is, dat is de wet van de markt. Met een historisch woord werden de loonen „op peil" gehouden.

De markt dringt eiken dag tot het zoeken en vinden van technische verbeteringen; zij heeft de hoogste uitingen van menschelijk vernuft in haren dienst; er komen groote weldaden van uitvindingen over het menschelijk geslacht; maar de arbeid blijft een koopwaar met een constanten prijs, de nooddruft, of even daarboven.

Deze les werd in Enschedé duidelijk gelezen. Zij sluit binnen de grenzen van het stelsel alle uitzicht op wezenlijke verbetering van het materieele en het daarvan zoo afhankelijke geestelijk leven van den arbeider uit.

Sluiten