Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elk naar hun stand, want het standenverschil laat zich op zulk een avond geducht gevoelen. De heeren en dames praten met elkander, maken nieuwe kennissen, spreken over de modes, over het weer — precies als in alle andere kringen, ook in onze eenvoudige dorpen."

Toch is het een teer punt, al gaat het in onze eenvoudige dorpen ook zoo toe. Heel teer. Hoor maar:

„Het Hof heeft tot heden niet kunnen breken met gewoonten en gebruiken, die voor den Christen ongeoorloofd zijn. Ik heb daarbij ook het oog op het décolleteeren bij de dames, het gedeeltelijk ontbloot zijn van schouders en armen door een min of meer laag ingesneden kleed. Deze m. i. wansmakelijke gewoonte is van het Fransche hof in alle landen, ook hier, ingevoerd; en hoewel de demokratie nu reeds jaren lang haar invloed heeft doen gelden, zoo is dat hofgebruik uit den tijd der schier onbeperkte vorstenheerschappij toch bestendigd ... Aan het Hof hier en elders, schijnen invloeden te werken, waardoor dergelijke gewoonten, uit den tijd van lichtzinnige Fransche Koningen, niet met wortel en tak uitgeroeid kunnen worden."

Dit komt zeer nabij de oneerbiedigheid, en het schijnt mij niet zeker dat na dezen uitleg de Calvinist met meer plezier dan vroeger zal denken aan zijn ministers, die in deze omgeving verkeeren en dansen.

Ten minste, de „Christen-Democraat" van Staalman en De Vries zegt tot den correspondent het harde woord: „Kom, mijnheer de Wilde, verlaat nu toch eens één enkel maal je gewone rol en zeg het den Christenmannen aan, die aan zoo'n partij deelnemen, dat ze zich liever voor God en hun mede-Christenen moeten schamen."

Zoo ziet men, het gaat niet om een Cromwell ten halve te zijn. De Calvinist der 20e eeuw, die de hoogheid der regeering is genaderd, loopt gevaar voor zijn ziel. Er zit humor in het geval, dat de secretaris van dr. Kuyper aan de lezers van de „Standaard" moet komen vertellen hoe bitter weinig stof er zit in een galajurk boven de taille.

Sluiten