Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevonden voor het bezoek, en eerst de meest ontvankelijken, later de anderen naar de mate van hun aanleg, zullen ook meênemen wat wezenlijk kunst is in het tentoongestelde. Eerst weinig, later meer. Met toelichting erbij door hen, die niet alleen de kunst, maar ook de kijkers kennen, en gij raakt op dreef. Als gij maar genoeg moois te zien en te hooren geeft, zullen de kijkers en hoorders zich zeiven wel opvoeden.

Uw realisme is los van eenigen band met eenig levensbegrip en levensideaal, zegt gij. Ik geloof aan de mogelijkheid dat gij u daarin bedriegt. Het realisme heeft als reactie tegen de onwaarheid nog een andere basis dan zinsgenot, gij realisten drijft op den stroom van den nieuwen tijd, ook zonder bewustheid. Gij zijt revolutionnairen, al hebt gij uwe constituante nog niet beleefd.

Kom, laat ons de wereld wat vroolijker bekijken. Wat drommel, als Gods wereld nu de wereld des duivels is geworden, laat ons dan de duivelbanners zijn. Heel het leven roept tot werken en goed vertrouwen op de toekomst. En mogen wij dan nu al niet leven in den tijd van oogsten, er valt te ploegen en te zaaien en te wieden. Ja, vooral te wieden. Maar men krijgt eerst plezier erin om den akker zuiver te houden, als men waardeert wat er groeit vol beloften voor een rijken oogst.

Als men in een groot bewegen als dat van dezen tijd, niet meer kan zien dan een papieren stelsel, laat ons dan maar het oogenblik waardeeren, want er is geen toekomst. Zoo reflecteert zich het stervende leven der bourgeoisie in de moeie moedeloosheid der besten. Hun afkeer treft de fletsheid der oppervlakte van de maatschappij. En hun geconcentreerd kunstenaarsleven ziet niet in zijn waarde wat voor versche kracht van leven en werken er onder groeit. Maar het verschijnt al meer voor de oogen, ook van hen die nog niet zien.

3 December 1904.

Sluiten