Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam niet veel, dat is van een niet-examinandus niet te vergen. Van een oordeel over het boek zou ik mij zeer waarschijnlijk wel onthouden, als ik het gelezen had, en nu ik dat niet deed, is men er volkomen veilig voor.

Maar ik heb er dit toch uit vastgehouden, dat ik een onderwijzer met hoofdakte sedert met nog meer eerbied aankijk dan vroeger. Er is een ontzettende volharding voor noodig om zulk een boek door te komen en een buitengewoon vermogen van kennis opzuigen om klaar te zijn voor een examen waar uit dat boek wordt gevraagd.

Om wat profijt te hebben van den tijd dien ik aan het boek besteedde, zocht ik het hoofdstuk op over het „Stellen". Stellen is in de methodiek de naam voor een stukje schrijven. Men weet het: „Steller dezes", dat is iemand die het „onderhavige" stuk geschreven heeft. En als men dat ook wel eens doen moet, wil men zich wel eens op de proef stellen of men de grondslagen meester is.

De schrijver van het boek zegt nogal aardige dingen. „Logisch denken is een voorwaarde voor logisch schrijven. De leerling moet leeren, in welke volgorde hij zijn denkbeelden moet opschrijven. Daarom zal er van den kant des onderwijzers veel steun moeten worden verschaft." Daarom „methodische behandeling der stof" — „behandeling van „goed gestelde" stukken" — „ontleden van de gedachten van anderen, in proza en poëzie neergelegd", vooral dat „neergelegd" is goed gesteld. Ook vindt de man dat vele leeslessen niet geschikt zijn om te worden „teruggegeven". Wat ook heel goed gesteld is.

Maar plezierig wordt dit hoofdstuk over stellen pas, als de schrijver in 't kort de methode vertelt van enkele heeren die boeken over het onderwerp hebben geschreven. In een van die uittreksels las ik:

„Zal de leerling ten slotte goed stellen, dan dient hij te beschikken over: a. een vrij grooten woordenschat; b. een taalgevoel, genoegzaam ontwikkeld door opzettelijke oefening in het bouwen van zinnen en het gebruik der verbindings-

Sluiten