Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van vijfderangs-literatuur, die onze velden bevloeit zonder ze vruchtbaarder te maken, zou men nu moeten weten of die auteurs daar klassikaal onderwijs in krijgen, dan wel of ze spottende met de lessen der methodiek, de banden verbreken en vrij aan 't stellen gaan.

Er is haast geen eind aan de problemen, waarmeê deze lectuur mij belastte. Sprekende over afzonderlijke steloefeningen, dat is steloefeningen die niet vastzitten aan „zaakonderwijs", zeggen de schrijvers van deze mij helaas maar in uittreksel bekende methode het volgende: „Ze zijn noodig om de leerlingen te gewennen zich datgene goed te doen voorstellen waarop hij bij elke reproductie heeft te letten en om elke moeilijkheid afzonderlijk te leeren kennen. Bovendien leeren zij denken." Hieruit schijnt te blijken dat de samenstellers der methode, hun stelleer in de vier stukjes van hun werk „teruggevende", zeiven voorgoed hun stelvermogen hebben verloren. Dat blijkt al uit den eersten zin, die zeer onstelkundig is. Maar in dat kleine zinnetje, wat is „zij" daar? Is het een persoonlijk voornaamwoord, en wordt dus in die uitspraak het resultaat van het stelonderwijs samengevat? Of is het een stellige imperatief, en willen de stellers van het werk zeggen dat leeren voortaan niets anders mag zijn dan denken ? Denken altijd binnen de perken van de klassikale behandeling en met stellige vermijding van het vrije opstel. Dit is een nieuwe puzzle. Wien die methodiek eens te pakken heeft, laat ze niet gauw los. Men gaat er tegen opzien om te schrijven, als men leest wat er al zoo vastzit aan het stellen, vooral als men zelf dat stelonderwijs niet naar dezen modernen trant heeft genoten.

Maar geen ding is zoo nuttig, of het vindt zijn belagers. Men zendt mij een eerste aflevering van een tijdschriftje onderredactie van twee stellers, die onderwijzers te Amsterdam zijn. Het tijdschriftje heet „De Nieuwe School", en de stellers Thijssen en Bol. Die komen eenvoudig vertellen dat zij met die papieren paedagogiek niets willen te maken hebben. Ze spreken van „paedagogische doolhofwanden", en dat maakt

Sluiten