Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaak; men zoekt standjes, zendt er militairen heen, en dan is het woord aan den kogel, afgeslepen tot een dum-dum en bestemd zonder onderscheid voor de gansche bevolking, ook voor vrouwen en kinderen, voor gewapenden en weerloozen.

Zoo maakt men de exploitatie der toekomst stelselmatig gereed, er officieel over sprekende onder allerlei de waarheid bedekkende voorwendsels. De heer Van Deventer, die over de verwaarloozing van Java zulke goede dingen heeft geschreven, vond, om de militaire expedities te verklaren, den schoonen schijn dat Java in die buitenbezittingen een „achterland" moest hebben. Er moeten Javanen heen emigreeren, en ook dat past in het stelsel, want zij zijn voor de aanstaande exploitatie meer gewillige en geoefende werkkrachten dan de inboorlingen der meeste thans beoorloogde streken. Inmiddels moet voor deze rooverstaktiek Java in hoofdzaak het gelag betalen. Het land is onbevolkt. De grond die den inwoner voeden moet, is verwaarloosd, en heeft vele millioenen en vele jaren noodig om door bevloeiïng op zijn productieve kracht te komen. De bevolking neemt sterker toe dan ze door van Deventer's emigratie kan binnen de perken worden gehouden. Het onderwijs voor de inlanders is meer dan gebrekkig. En diezelfde bevolking wordt door tal van heffingen, accijnzen, pachten van allerlei soort nog verder uitgeplunderd om de expedities in andere oorden te bekostigen. De exploitatie der andere eilanden wordt militair voorbereid niet op kosten van den toekomstigen exploitant, hetzij deze de staat zal zijn of particulieren, maar in hoofdzaak op kosten van den reeds uitgemergelden Javaan.

Dit is een gruwelijk stelsel, dat niet meer in zijn volle kracht werkt, omdat er stevige argumenten tegen kwamen. In de Kamer is het alleen Van Kol, met de instemming zijner partijgenooten. Mr. van Deventer heeft de expansie-politiek aanvaard en biedt den Javaan doekjes voor het bloeden. Buiten de Kamer doet Brooshoöft zich hooren, die niet altijd wars was van alle expansie-politiek, maar die toch

Sluiten