Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitschreeuwen, is 't alsof zij u toeroepen : „Hoort gij wel hoe diep, hoe ernstig, hoe rechtzinnig ik ben?"

O, bidden wij toch om de genade der oprechtheid. Stellen wij ons, met onze zonden, toch niet voor de menschen, maar voor het aangezicht van den alvvetenden God, opdat wij bij ons zeiven gevoelen en met ootmoedige harten belijden mogen 1

IV. Gevoelen en belijden.

üie twee behooren bij elkander en mogen niet gescheiden worden.

Want men kan belijden zonder te gevoelen. Wij hebben het reeds gezien, het is mogelijk zonder een ootmoedig hart zijne belijdenis uit te spreken. 1 rouwens, wij moeten ons leven lang leeren altijd dieper te gevoelen hoe ontzaggelijk veel het zeggen wil : arme, verloren zondaars te zijn, en ook daartoe hopen wij dat deze beschouwingen ons helpen mogen, dat wij leeren te gevoelen wat wij belijden.

Maar men kan ook gevoelen zonder te belijden. De Heilige Geest kan aan iemands geweten arbeiden, en hem overtuigen van de eene of andere zonde, terwijl die mensch zich daartegen verzet. Dat kan uit hoogmoed zijn, hij wil zich door den Geest des Heeren niet laten bestraffen, zich niet vernederen voor God, of hij schaamt zich voor de menschen zijn ongelijk te erkennen. Het kan ook twijfelmoedigheid zijn; hij meent dat er voor hem toch geene verlossing en uitredding is. Het kan ook zondelast zijn ; hij weet wel, als hij zijne zonde \oor God belijdt, dat hij haar dan ook niet meer mag liefhebben, dat hij haar moet bestrijden en verloochenen, en dat wil hij niet.

Om die redenen kan men de stem des Geestes onderdrukken, kan men gevoelen zonder te belijden. Dat

Sluiten