Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesproken heeft over degenen, die hij tegenstanders van de waarheid acht, meent dat hij nu ook niet voor die waarheid behoeft te arbeiden en in die waarheid te wandelen !

Zoo blijkt de tong een onbedwingelijk kwaad te zijn. vol doodelijk venijn (Jak. 3 : 8), reeds voor den mensch zeiven, die haar misbruikt.

En welk een vreeselijken stroom van ellende hebben niet veler woorden over anderen gebracht! Hoe velen zwerven er rond in de wereld, ongelukkig, en verlaten, veracht en gemeden; zij hebben talent en lust om goed te doen, maar zij kunnen niet, omdat zij wantrouwen en tegenwerking vinden.

Hoeveel verwijdering en vijandschap vindt men in huisgezinnen, tusschen ouders en kinderen, broeders en zusters, heeren of vrouwen en dienstbaren, hoeveel in families en onder vrienden. En de oorzaak is een valsche tong, een kwaadaardig woord. Hoevelen, die 't niet zoo kwaad bedoelen, werken ook mede, lichtzinnig en onbedachtzaam, om dat woord voort te zeggen, dien brand altijd maar uit te breiden!

Hebben wij geen reden ons te verootmoedigen voor God, ook wegens de woorden, die wij gesproken hebben, de valsche en verraderlijke, maar ook de lichtzinnige en onbedachte woorden?

XII. Met gedachten.

Achten vele menschen hunne zondige woorden gering, geheel meenen zij zonder eenige zorg te kunnen zijn wat hunne zondige gedachten betreft. Gedachten zijn tolvrij, zeggen zij het spreekwoord na. Alles wat slechts gedachte blijft, wat niet tot woord of werk wordt, dat. meenen zij, kan hun niet toegerekend worden, dat kan geene zonde bij hen zijn.

Sluiten