Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geldt, nog meer de slechtheid der zonde leeren beseffen. God toch&kunnen wij door onze zonde bedroeven, maar niet ongelukkip maken. En dat doen wij den naaste wel. Daarom is het goed, als wij opzettelijk eraan herinnerd worden dat wij door onze zonden ook den naaste be-

leedigd hebben.

Het woord beleedigm heeft tegenwoordig de beteekenis: iemand door woord of daad in zijn eer of goeden naam kwetsen. Vroeger was zijne beteekenis ruimer, in het algemeen: leed aandoen, kwellen, verdrukken, schade doen lijden. In dien zin wordt het woord hier blijkbaar

ook nog gebruikt.

En ach, hoe dikwijls worden menschen door menschen op die wijze beleedigd! Hoe ontzettend veel leed en ellende is er in de wereld, hoeveel zielsverdriet en lichaamslijden, en, als men vraagt vanwaar het komt, dan is het antwoord telkens weder: Dat hebben menschen gedaan, menschen, die naar het beeld Gods geschapen zijn. O, wanneer de menschen eenmaal op den dag des oordeels tegenover elkander zullen staan, hoe zal menigeen, als hij een ander aanziet, herinnerd worden aan kwaad dat hij gedaan, aan goed dat hij verzuimd heeft! En, niet alleen het kwade, dat op aarde geleden is, zal dan aan den dag komen, maar ook het kwade, dat doorwerkt in de Eeuwigheid. Zonder twijfel, als iemand verloren gaat, is het door zijn eigen schuld. Maar toch, zal niet menigeen een ander kunnen verwijten: Indien ge mij trouwer hadt gewaarschuwd, vriendelijker hadt bejegend, vromer waart voorgegaan, dan was ik niet hier geweest, maar uw leven heeft mij afgestooten, en uw woord is vergif voor mijne ziel geweest 1

Dut is het zwaarste leed, dat wij een mensch kunnen aandoen. Maar alle tranen, die om onzentwil geweend worden, zij getuigen tegen ons, en zullen tegen onze boosheid en liefdeloosheid getuigen.

Onderzoeken wij dan ons zeiven, ons leven, wat wij zijn voor den naaste. Beginnen wij in ons eigen huis. Menigeen heeft den naam van groote vriendelijkheid.

Sluiten