Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar zijn menschen, die de eerste trekking volgen, wier begeerte het is in God te zijn, voor God te leven. Toch voelen zij dat zij nog op aarde zijn, dat het aardsche leven, met zijn zorgen en zonden, nog wel macht over hen krijgt, en hen trekt. Maar de begeerte van hun hart, de hoofdrichting van hun leven is naar God toe. — Wanneer zij in de eeuwigheid komen, dan zal hun leven voltooid worden, dan zullen zij door niets meer verhinderd worden geheel in God te leven; dan zullen zij God zien en in Hem hunne volkomen zaligheid vinden.

Daar zijn echter ook menschen, die de trekking van God af volgen, wier hart Hem niet liefheeft, niet zoekt, die het liefst Hem vergeten en de wereld dienen. Toch voelen ook zij die andere trekking. Zij leven in eene christelijke maatschappij, zij komen op allerlei wijze met de boodschap van Gods liefde, met de openbaringen van zijne heerlijkheid in aanraking. Al keeren zij Hem den rug toe en niet het aangezicht, het licht zijner liefde beschijnt hen nog. — Ook dat leven zal in de eeuwigheid voltooid worden. Wie zich zeiven met opzet ongevoelig maakt voor de trekkende liefde Gods, zal haar ten laatste ook niet meer voelen en ongehinderd zal op hem werken de kracht, die hem van God en zijn licht aftrekt. Dat zal de buitenste duisternis zijn, waarvan de Heer spreekt (Matth. 8 : 12).

Ziedaar hoe het leven der menschen, van vromen en goddeloozen, in de eeuwigheid voortgezet, maar

ook voltooid wordt.

Iemand heeft eens gezegd: Een christen sterft niet, slechts zijne ellende sterft. Wij kunnen ook zeggen: De goddelooze sterft niet, slechts zijne vreugde sterft.

Laat ons hierover ernstig nadenken, en dan belijden dat wij met onze zonden alle tijdelijke en eeuwige straffen verdiend hebben. Dan zullen wij ook recht leeren beseffen, wat wij aan onzen Heiland en aan zijn H. Avondmaal hebben.

Sluiten