Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verloren hebben? — Zouden wij Hem ons geld kunnen geven? Maar immers, al wat wij hebben behoort Hem toch reeds toe; en hoe zou geld onze ziel kunnen loskoopen? — Zouden wij dan door goede werken kunnen goedmaken wat bedorven is, en zijne gunst weder waardig worden? Maar ons geheele leven moet immers toch reeds één goed werk zijn; hoe zouden wij iets overvloedigs kunnen doen, waardoor vroegere zonden werden goedgemaakt? En buitendien, kunnen wij ons wel één goed werk in ons leven herinneren, dat voor God volkomen rein, zonder eenige eigenbaat was, of niet door eenig zelfbehagen ontsierd werd? — Mogen wij het dan er voor houden, dat God onze zonden over het hoofd zal zien, omdat wij toch zoo dikwijls goede voornemens hebben, en vrome aandoeningen? Maar wat zijn goede voornemens waard, die niet tot uitvoering komen, wat vrome aandoeningen, die niet tot leven worden? Neen, wij moeten erkennen, wij hebben letterlijk niets, waartoe wij de toevlucht kunnen nemen, dan de genade des Heeren; wij moeten afzien van onze goede werken en, de hand uitstrekkende naar Gods beloften, bidden dat Hij ze ons vergeven wil.

Kan dat echter wel? Zegt ons geweten, zegt de Schrift ons niet dat de zonden gestraft worden? Mogen wij dan Gods heiligheid en rechtvaardigheid ook als niets rekenen, mogen wij gelooven dat God onverschillig is voor het kwade, — en dus ook voor het goede?

Ziedaar ernstige bezwaren; wij gevoelen dat zij volkomen juist en waar zijn. En indien wij niets wisten dan de eerste voorbereidingsvraag, wij zouden moeten zijn als degenen die geene hope hebben.

Maar zie, daar is ook eene tweede vraag, wij worden ook geroepen tot het Heilig Avondmaal, en daar vernemen wij hoe in heilige overeenstemming is wat schijnbaar voor eeuwig in tegenspraak moest wezen, Gods recht en de vergeving onzer zonden: Indien wij onze zonden belijden, zoo is God getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeeft (i Joh. i : 9).

Sluiten