Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brood en wijn kregen, maar dat de hoofdzaak was hetgeen zij niet zagen : onder brood en wijn, zijn lichaam en bloed.

XXXII. De Gemeenschap.

Onder brood en wijn! Zoo heeft de Kerk dus het geheimenis des H. Avondmaals trachten te beschrijven. b Diezelfde gedachte vinden wij ook in i Kor. 10 : 16: De gezegende kelk, dien wij zegenen, is die niet de gemeenschap met Christus' bloed? Het brood, dat wij breken, is dat niet de gemeenschap met Christus lichaam f

Driemaal spreekt de Apostel in het verband van. gemeenschap. Hij waarschuwt tegen den afgodendienst, inzonderheid tegen het eten van vleesch, dat voor een afgodenoffer gediend heeft. Dat heidensche oftermaal toch wekte niet slechts de gedachte op aan die booze creesten, maar het bracht hen, die er aan deelnamen, in hunne gemeenschap. Ook het offermaal in Israël was eene gemeenschap, en wel met het altaar. Het vleesch, dat dan gegeten werd, was offervleesch, het behoorde het altaar toe, en God gaf het aan zijn volk terug als een gave van zijn altaar, opdat zij niet alleen aan het altaar zouden denken, maar gemeenschap met het altaar zouden hebben, door van dat altaar zelf te eten. Zóó, leert Paulus, zijn ook het brood en de kelk des Avondmaals de gemeenschap van Christus lichaam en bloed. Het is Paulus er dus om te doen dat de Korinthiërs toch zullen beseffen, hoe in dit alles werkelijkheid, waarachtige gemeenschap wordt gevonden, en daarop grondt hij zijne waarschuwing om niet aan de heidensche offermalen deel te nemen, want het lichaam van Christus en de booze geesten kunnen geene gemeenschap met elkander hebben, en dat gebeurt toch, indien een Christen met beiden in gemeenschap komt.

Sluiten