is toegevoegd aan je favorieten.

De voorbereidingsvragen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons gegeven is, tot het leven en een Godzaligen wandel (2 Petrus t : 3) moet dienen.

Dan alleen zullen wij het H. Avondmaal waarlijk op de rechte waarde schatten, dan alleen met de rechte dankbaarheid aan zijne wonderen gelooven kunnen, dan alleen zal de zegen van het Avondmaal ook waarlijk ons deel zijn.

XXXV. Voornemens.

De derde vraag der Voorbereiding begint aldus: „In de derde plaats vraag ik ulieden of gij ook voornemens zijt" — .

Zij vraagt ons dus naar onze voornemens. Het is niet slechts om vergeving van zonden voor het verledene te verkrijgen dat wij tot het H. Avondmaal gaan, wij behooren ook met heilige voornemens voor de toekomst de uitnemende vertroosting van 's Heeren gaven te ontvangen. Niet alleen vergeving van zonden, verlossing moeten wij zoeken, en kracht om de zonde te bestrijden,

te overwinnen.

De Voorbereiding heeft ons met diepen ernst onze zonde leeren beschouwen. Zij heeft ons met wonderbaren troost het geheimenis, den troost en de verzekerdheid onzer verlossing leeren verstaan. Het moet echter blijken dat de belijdenis van dit alles waarheid, is, en waarheid is zij alleen, als wij werkelijk 'van de zonde verlost worden, en haar niet meer dienen.

Het is eene oude beschuldiging, die tegen het évangelie ingebracht wordt: de leer dat wij alleen uit genade zalig worden maakt goddelooze en zorgelooze menschen. Deze beschuldiging wordt zoowel van Roomsche als van ongeloovige zijde tegen het Evangelie ingebracht. Geschiedenis en ervaring leeren het tegendeel, daar immers de Roomsche landen over het geheel in zedelijk opzicht lager