Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ofschoon men bij het zoogen regelmatig moet te werk gaan, moet men zich toch al weer niet al te slaafs aan een eenmaal gestelden regel houden. De moeder heeft ook wel eens den eenen dag veel meer honger en wil spoediger na elkander eten dan den anderen; als dus duidelijk blijkt dat het kind honger heeft, mag men het bij uitzondering gerust een paar uur vroeger in den morgen de borst geven, dan men anders zou doen.

Het kind moet gedurende de eerste week in dezelfde kamer blijven en als het in den winter geboren is, mag het niet vóór de derde week in een andere kamer of, warm gekleed, in de open lucht, maar dan nooit in de felle zon gebracht worden. In den zomer kan men het reeds in de tweede week voor een korten tijd — een kwartier ongeveer — in een goed beschutten tuin dragen.

Een jong kind moet, wanneer men er mee wandelt, voorzichtig gedragen worden; het mag wel dichtbij, maar niet met den neus tegen de moeder aanliggen: het gezicht moet vrij blijven. Is men eenmaal begonnen met het brengen van het kind in de lucht, dan moet men het zoo mogelijk iederen dag doen; het zal daardoor veel minder vatbaar worden voor verkoudheid, dan indien het altijd in huis gehouden wordt. Menig geneesheer is echter, m. i. te recht, van oordeel, dat in het najaar geboren kinderen den geheelen

Sluiten