Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

somber voorgevoelen zinspelende op ,,'t Nooit gevreesde" dat voor hem zoo spoedig komen zou:

„'t Speelt weer op ter Maskerade 'k Hoor in 's pijpers schelle wijs In der vedels smeltend zingen In der horens klankgolfkringen Doodenmarsch me in d'ooren dringen En bazuinen klinken grijs;

't Feestlijk lied werd Nornenwijs."

Van der Vliet heeft in zijn leven als docent en hoogleeraar gegeven wat hij als student, als jong doctor beloofde.

Laat mij aanhalen wat een Duitsch recensent in het Literarische Centralblatt van 187(3 schreef naar aanleiding zijner dissertatie: „Der Verfasser dieser Schrift, der aber „keineswegs zu fürchten braucht unter die kritischen „„Catelli" gerechnet zu werden, sucht die einzelnen Schïi„den nach meist richtig aufgestellter Diagnose auf durchaus „rationellem Wege zu heilen und hat mit seinen Curen „meist Glück. Einige Emendationsversuche erinnern durch „den bei der Einfachheit der angewandten Mittel zuweilen „überraschenden Erfolg an Cobets Virtuositat." Een scherpe blik, helder oordeel en vernuft, deze zijn Van der Vliet bijgebleven.

In zijn laatsten arbeid, zeer kort voor zijn dood zijn vrienden toegezonden, in do levensbeschrijving van C. M. Francken, zijn voorganger, noemt hij dezen „eenen man van singulier verstand, geleerdheid, arbeidskracht, plichtgevoel en rechtschapenheid". Deze woorden kunnen wij met gerustheid ook van hem zeiven zeggen en er bijvoegen wat ook een zijner vrienden van hem schreef: „een goed en sympathiek man is van ons gegaan", een man met vromen godsdienstzin en een hart vol liefde voor zijn naasten.

J. H. Gallée.

Sluiten