Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zuidelijker gelegen woudgebied en eindelijk in de nog zuidelijker liggende graanstreek.

Bij die schetsen nu hebben we ons heusch niet angstvallig beijverd, om toch vooral kort te zijn. Maar wel hebben we zonder eenige aarzeling alles over boord geworpen, wat in sommige boekjes nog aan de leerlingen wordt voorgezet, doch wat naar onze meening voor hen hoegenaamd geen waarde heeft. De Luntersche en de Barneveldsche beek, Woudenberg, Bunschoten en Spakenburg, de traditioneele Heimen-, Darthuizeren Soesterberg — ze worden niet genoemd. Den BenNevis vindt men in ons derde boekje niet, evenmin het Caledonisch kanaal; geen baai of kaap van Schotland wordt vermeld. Van Jakoetsk en Irkoetsk, van de Lena en het Altaïgebergte reppen we niet.

Dat bedoelen wij met beperking.

We hebben ondertusschen alleen daar geschrapt, waar naar onze meening beperking, belangrijke beperking wel te verstaan, noodig was. „Wat het zwaarste is, moet het zwaarst wegen," hebben we gedacht: de belangrijkste provinciën, de belangrijkste deelen eener provincie, de belangrijkste landen hebben behoorlijk hun deel gekregen, al hebben we ook daar nauwgezet overwogen, wat weer het voornaamste was.

Men vergelijke b.v. maar eens de behandeling van de klei- en laagveengebieden dor beide Hollanden met die van het diluvium in het Z. van ons land, — de les over Groot-Brittanje en Ierland met de schets van Spanje en Portugal! We onthouden ons van het geven van meer voorbeelden. Zij, die onze boekjes aandachtig willen doorlezen, zullen moeten erkennen, dat wij overal de soberheid betracht hebben, maar óók, dat we ons bij de keuze der stof hebben laten leiden door de vraag, of zekere landstreek van veel of van minder belang

Sluiten