Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mag worden geacht voor de leerlingen der lagere school. Ilun zal b.v. duidelijk blijlcen, dat we in minder belangrijke deelen van ons vaderland, in minder belangrijke landen al zeer weinig aardrijkskundige feiten en namen genoemd hebben.

Over het geheel hebben we een zeer bescheiden hoeveelheid topographie opgenomen. Maar de weinige zaken, die we geven — en nu denken we vooral aan belangrijke kanalen, spoorwegen (hoofdverkeerswegen alzoo), havensteden, fabrieks- en marktplaatsen — die weinige zaken moeten er goed in , — die moeten zóó vastgelegd worden, dat de leerlingen ze niet weer kunnen vergeten.

Om kort te gaan: wij hebben een minimum van leerstof gekozen, dat naar onze meening behandeld kan worden. Dat minimum moet zóó behandeld en. zóó dikwijls herhaald en bevestigd worden, dat het der leerlingen eigendom is. Hoe daarbij van onze boekjes gebruik kan worden gemaakt, zal beneden blijken.

Boven is gezegd: zal de school de geheele aardrijkskunde behandelen, dan moet ze zich zeer beperken en wel van den aanvang af. Wij hebben naar die woorden gedaan. We hebben onze beperking echter het meest gezocht in ons derde deeltje, omdat gewoonlijk vooral in het zesde leerjaar over gebrek aan tijd geklaagd wordt.

Ten slotte meenen wij , dat het een kenmerk van onzen arbeid is, dat wij een geheel van boekjes geven, waarin er één gewijd is aan de aardrijkskundige landschappen van Nederland. In do bestaande series ontbreekt voor zoover wij weten zulk een boekje. En, waar Nederland tegenwoordig op vele scholen volgens aardrijkskundige eenheden behandeld wordt, mag een dergelijk werkje niet langer ontbreken. Wij hopen, dat ons eerste deeltje in een „lang gevoelde behoefte" voorziet.

Sluiten