Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofdstuk „het onderwijs in de aardrijkskunde" in De Lagere School, de mooie inleiding tot de studie der paedagogie van Joh. Leopold i):

„Onze Nederlandsche wandkaarten huldigen nog altijd de oude opvatting, waarbij de z.g. politieke aardrijkskunde op den voorgrond staat, terwijl het voor een gezond aardrijkskundig onderwijs waarschijnlijk doelmatiger was, om eerst bijeen te nemen, wat geografisch bijeen behoort, gelijk in onze beste atlassen ook reeds geschiedt."

Nadat Nederland volgens de aardrijkskundige eenheden behandeld is, komt ons herhaling en bevestiging van het geleerde zeer gewenscht voor. Bij deze tweede behandeling houden wij ons aan de verdeeling in provinciën. Er is dan veel voor te zeggen, om te beginnen met de provincie, waarin de leerlingen wonen.

Als de behandeling van Nederland afgeloopen is, moet een aanvang gemaakt worden met de bespreking van de landen van Europa. Aan die behandeling van Europa laten wij de beschouwing van het Rijngebied vooraf gaan. „Die streek leent er zich het best toe, om de kinderen met verschillende zaken, die bij de bespreking der afzonderlijke landen aanhoudend terugkeeren, eenigermate vertrouwd te doen worden." (W. Koops Azn., Handleiding bij het onderwijs in de aardrijkskunde van Europa.)

Na de bespreking van de landen van Europa komen de werelddeelen en daarbij de overzeesche bezittingen aan de orde. Vooraf achten wij een uiterst sobere be-

>) Uitgave van J. P.. Woi.ters te Groningen. KOOPS en OOSTERKAMP, Toelichting.

Sluiten