Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET KONINKRIJK GROOT-BRITTANJE EN IERLAND.

(Uit het derde leerboekje.)

Dit koninkrijk bestaat uit twee groote eilanden: GrootBrittanje en Ierland, benevens een menigte kleinere, waarvan de meeste ten W. en ten N. van Schotland liggen.

1. Groot-Brittanje. Het grootste deel van dit eiland heet Engeland, het N. stuk Schotland.

Het Z. en het O. van Engeland is laagland. Op verscheiden plaatsen treden de rotsgronden in heuvelketens aan de oppervlakte, o. a. ten Z. van de Theems en aan de Zuidkust (krijtrotsen!). Daardoor is de Engelsche vlakte rijk aan afwisseling en biedt ze tal van schilderachtige punten aan. Parken en buitenverblijven zijn er een lust der oogen. — Landbouw en veeteelt staan op hoogen trap. Toch kunnen ze niet in de behoeften de» lands voorzien. In de eerste plaats is Engeland nl. dicht bevolkt (tal van groote steden), in de tweede plaat» liggen groote uitgestrektheden gronds ongebruikt. \ andaar, dat bv. tarwe wordt ingevoerd uit Amerika en Rusland, ooft en groenten uit ons land, boter en kaas

uit Denemarken en ons land.

West- en Noord-Engeland zijn bergachtig. In het uiterste ZW. is het gebergte rijk aan koperen tin, het bergland van Wales bevat steenkool- en ijzerlagen, dat van Noord-

Engeland eveneens.

In geen land ter wereld is de nijverheid van zooveel beteekenis als juist in Engeland. Ten eerste toch bezit het land tal van havens en is het doorsneden van rivieren, kanalen en spoorwegen, zoodat de fabrieken haar grondstoffen gemakkelijk kunnen aanvoeren en haar artikelen verzenden. In de tweede plaats is er overvloed

Sluiten