Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den appelboom dan ook dadelijk de overeenkomstige deelen onderscheiden.

Eerst nemen we een half geopenden knop. De nog toegevouwen bloemblaadjes worden tegen weer en wind beschut door de steviger kelkbladen. Als de zon nog warmer schijnt, zullen ze zich ontplooien, de sneeuwwitte, zachtrood gekleurde bloemblaadjes. Reeds nu schemeren de lichtroode strepen tusschen de reten van den groenen kelk door. Straks, als die knoppen geopend zijn, dan komen tallooze insecten, door geur en kleur gelokt, aangevlogen, om van liet honigsap te genieten.

De 5 kelkblaadjes zijn behaard. De 5 bloemblaadjes blijken een klein steeltje te bezitten. Die steeltjes staan een weinig binnenwaarts, juist tusschen twee kelkblaadjes. Na den kelk en de bloemblaadjes voorzichtig te hebben afgetrokken, zien we duidelijk een aantal meeldraden. Er zijn er vele, evenals in de kersebloem; meer dan 20. In alle bloemen zitten er niet evenveel.

Op elk der meeldraden zit een klein geel knopje. Dit is ook zoo bij de meeldraden van de kersebloem. In 't midden van de meeldraden staat nu weer de stamper. Bij de kersebloem vergeleken we den stamper bij een flesch. Hier is de buik niet zichtbaar, terwijl de hals zich van boven in 5 kleine halzen verdeelt.

Toen we bij de kersebloem alle deelen verwijderd hadden, hielden we een bekertje over, dat den stamper van onderen omsloot. Dit bekertje is als 't ware de bodem, waarop de deelen der bloetn zich bevinden. Vandaar de naam bloembodem. Deze bloembodem is dus de top van den bloemsteel. Een appelbloem doorsnijdende, merken we op, dat het onderste deel van den stamper met den bloembodem is vergroeid.

Ook bij den appelboom duurt de bloeitijd kort. Weldra is de boom uitgebloeid. Als de wind ruischt door de takken, dan dwarrelen tallooza bloemblaadjes door de lucht; de grond wordt er als mede bezaaid.

OPGAVEN.

1. Waarvoor dienen de kelkblaadjes van den appelboom?

2. Welke kleur hebben de bloemblaadjes ?

Sluiten