Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een kelk zoeken we aan deze geopende bloera vergeefs. Aan dien halfgeopenden knop echter kunnen we hem waarnemen. Kijk, de lielderroode bloemkroon is ten deele verborgen door twee kelkblaadjes. Als over een paar dagen de bloem heelemaal opengaat, dan valt de kelk af. Ook hier blijkt dus weer, dat de kelk vooral dient, om de inwendige, teere bloemdeelen te beschermen tegen weer en wind, zoolang de bloem nog in knop is. Het onmiddellijk afvallen bij 't opengaan der bloem is hier dus een bewijs, dat de kelk zijn diensten bewezen heeft.

Wat ook eigenaardig is bij de klaproos? Zoolang de bloem in knop is, liangt deze naar beneden. Zoodra echter de bloem zich opent, heft ze zich fier omhoog; dan spreidt ze haar groote bloembladeren wijd uit, ten einde zooveel mogelijk op te vangen van den heerlijken zonneschijn.

Er zijn vier groote, roode bloembladeren; beneden vertoonen zich zwarte vlekken, die zachtkens overgaan in het helderste rood. De bloembladeren zijn zacht en teer. Twee er van staan wat verder naar buiten; daar binnen liggen de andere twee. Ze schijnen elkaar te steunen.

De meeldraden omringen in grooten getale den stamper; ze hebben zwarte helmknoppen. Evenals de kelk- en de kroonbladeren zijn ze ingeplant op den bloembodem.

De stamper der klaproos is zeer groot, vooral het vruchtbeginsel. Dit lijkt veel op een ronde doos, gesloten dooreen sierlijk deksel. De stijl is kort en dik, zoodat we dien niet opmerken. De breede stempel is het deksel, dat over genoemde doos heenligt.

De vrucht heeft denzelfden vorm als de stamper. Dit komt, doordat de stempel zitten blijft. Over die vrucht meer in een volgende les.

OPGAVEN.

1. Waar kunnen we klaprozen vinden?

2. Wanner bloeit de klaproos?

3. Wat weet je van de kelkblaadjes?

4. Hoe is de kleur der kroonbladeren?

5. Hoe zijn die ingeplant ?

<i. Wanneer heft de bloem zieh omhoog?

Sluiten