Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8. Hoe heet de vrucht van den aardappel; van de klaproos; van de erwt?

9. ïs de steen van de kers een zaad of een vrucht ? Wat dan ?

10. Hoeveel zaden bevat een kers; een peul; een bes; een klaproos?

16. Een appel.

't Is in de maand September. Wat is er in den hof veel veranderd sedert de Meimaand! In plaats van met bloesems zijn de appelboomen nu beladen met appels. Het is wenschelijk, thans in t kort te herhalen, wat we vroeger aan den bloesem hebben opgemerkt. Bloesem zeggen we. Dit woord hebben we weinig of niet gebruikt. Toch, bij vruchtbooinen, spreekt men vaak van bloesem in plaats van bloein.

Over de kleur kunnen we reeds oordeelen, voor we den appel geplukt hebben. \\ at over die kleur valt op te merken. En wat den smaak betreft, hebben we reeds vroeger opgemerkt, dat we zure en zoete appels onderscheiden. In een hof, waar veel soorten van appels gevonden worden, kan men ook verschil in vorin waarnemen.

En nu den appel zelf beschouwd. We herkennen in den steel dien van de vroegere bloem. Maar hij is dikker en steviger geworden, wat natuurlijk ook noodig was. Tegenover den steel, nl. aan den top vinden we een kuiltje. In dat kuiltje zitten verdroogde, zwarte draadjes, de overblijfselen van verdroogde meeldraden.

Als de bloem is uitgebloeid, vallen de bloembaadjes af; de andere bloemdeelen verdrogen, behalve het vruchtbeginsel. Dit groeit natuurlijk door. Maar nu valt hier een bijzonderheid op te merken, die we niet bij de kers, noch bij de klaproos of bij de boon kunnen vinden. Bij den appel nl. groeit met het vruchtbeginsel ook de bloembodem door. De appel ontstaat dus niet, zooals de kers en de peul, uit het vruchtbeginsel alleen, maar uit vruchtbeginsel en bloembodem.

Keist is do appel met zacht dons bekleed. Hij is dan groen en heeft een wrangen smaak. Maar hij wordt snel grooter en

Sluiten