Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spreekt van den trouwen hond en van de valsehe kat, zij liet dan ook, dat die valsehheid volgens sommigen overdreven wordt voorgesteld. De kat afkeerig van water; de hond plast door dik en dun.

Vergelijken ten slotte het nut van beide dieren.

OPGAVEN.

1. Hoe leven hond en kat vaak met elkaar?

2. Hoe kan de kat den hond gemakkelijk ontvluchten?

3. Welk van beide dieren heeft een fijnen reuk?

4. Waaruit blijkt, dat de kat best hooren kan?

5. Hoeveel nagels hebben beide dieren op de teeuen ?

'• Welk onderscheid is er tusschen die nagels?

7. Waarom noemt men beide dieren roofdieren ?

8. Welk van beide heeft nog 't meest van een wild dier?

9. Waaruit blijkt dat ?

10. \\ elk van beide is 't langsl bij ons huisdier geweest ?

9. Het konijn.

Konijnen zijn bij de meeste leerlingen wel bekend: jongens houden dikwijls tamme' konijnen. Van den hond en de kat verschillen ze o. a. door hun beweging. Daar de achterpooten langer zijn dan de voorpooten, is hun loopen dan ook een soort van springen. Met zoo even genoemde dieren komen ze hierin overeen, dat ze aan de voorpooten vijf, aan de achterpooten vier teenen hebben, en wel inet groote sterke nagels. Deze gebruiken ze echter om te graven.

\ erder merken we aan het lichaam op: een langwerpigen kop met een gebogen neus en een paar groote, vriendelijk uitkijkende oogen (deze kan het dier niet geheel sluiten: daarvoor zijn de oogleden te klein). Op de lippen zitten snorharen; de bovenlip is gespleten; een paar lepelvormige ooren op den kop, zeer beweeglijk, 't Lichaam is bedekt met zacht, wollig haar. De pels heeft verschillende kleuren.

Sluiten