Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die voedsel zoekt, is een aardige verschijning. Vlug loopt hij over den grond, alle grasbosjes nauwkeurig onderzoekende.

Veel vijanden: haviken, sperwers en andere vogels; marters, wezels en eekhoorns. Toch neemt hun aantal niet af: ze vermenigvuldigen zich sterk. Ook weten ze aan menig gevaar to ontsnappen.

De spreeuw heel geschikt voor kooivogel. Hij is leerzaam, vroolijk, tevreden, kan liederen leeren nazingen, zelfs woorden naspreken, en heel oud worden.

OPUiVES.

1. Wanneer verlaat de spreeuw deze streken?

2. En wanneer komt hij terug?

3. Wat weet je van zijn veerenpak ?

4. Hoe is de snavel?

5. Waarom noemen we hem eeD vroolijken vogel ?

li. Waar en waarvan bouwt hij zijn nest?

7. Hoe zien de eieren er uit?

8. Wat eten de jonge spreeuwen?

9. In welk opzicht doen de spreeuwen schade?

10. Waarom behooren ze toch tot de nuttige vogels?

11. Waar houden de spreeuwen zich gaarne op ?

12. Welke dieren vervolgen deze nuttige vogels?

17. De musch.

Ook de musch houdt zich gaarne op bij onze woningen. En overal ontmoeten we ze: in de stad zoowel als in het dorp. Maar ze verlaat ons niet in 't najaar, zooals de spreeuw. Ze is dus geen trekvogel, maar een Mandvogel.

Kleiner dan de spreeuw; minder schoon, 't Lompe lichaam bedekt met grauwe veeren. 't Mannetje heeft voor de borst een zwarte vlek, en op de vleugels een lichte streep. De dekveeren van den rug zijn een weinig bruin. De snavel: kort, dik, sterk.

Reeds vroeg in 't voorjaar 't nest gebouwd. Onder de pannen van 't dak, in holten van gebouwen, in gaten van boomen, in de onderlaag van een ooievaarsnest, ja overal, 't Bestaat uit wat

I 1

Sluiten