Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

we den wortel bezien. Onder aan een kort stengelstuk in den grond veel draadvormige wortels. En boven dat stengelstuk een rozet van bladeren, 't best waar te nemen aan exemplaren, die nog niet goed bloeien. Bij ex. in vollen bloei doen opmerken, dat die rozet al verwelkt is.

De stengel is glad. Letten op de afstanden tusschen twee op elkaar volgende bladeren (stengelleden). De bladeren, evenals die van de roos, geveerd. (In 't vorig leerjaar, bij de aardappelplant zijn reeds samengestelde bladeren behandeld; herinnering hieraan). De bladeren naar boven aan de plant smaller.

De top van den stengel draagt gesteelde bloemen. De onderste reeds uitgebloeid, als de bovenste nog knoppen zijn. De bloemen aan eeu gemeenscliappelijken steel; ze vormen een bloeiwijze, en deze heet hier tros. Een katje, zooals we bij wilg, eik en beuk hebben leeren kennen, is ook een bloeiwijze; bij 't katje echter ongesteelde bloempjes, die of alle meeldraad-, of alle stamperbloemen zijn.

Aan een bloempje van de pinksterbloem: 4 kelk- en 4 kroonbladen. De kroonbladen beneden smal, boven breed: 't breede gedeelte naar buiten omgebogen. Kelk- en kroonbladen beide vormen een kruis. Daarom heet de pinksterbloem een kruisbloemige plant.

Kelk en kroon voorzichtig wegnemende, zien we de 6 meeldraden, waarvan 2 kort en 4 lang zijn. De stamper, met het lange vruchtbeginsel en den korten stijl, steekt met zijn ronden stempel een weinig boven de helmknoppen uit.

Het koolzaad, de koolplanten en de radijs vertoonen eveneens bloemen. Ze heeten familie van de pinksterbloem; ze zijn ook lcruisbloemigen.

OPGAVEN.

1. Wanneer bloeit de pinksterbloem?

2. Wat vinden we even boven den grond ?

3. Blijft die rozet den heelen zomer groen?

4. Wat weet je van de bladeren?

5. Vertel iets van de bloemen.

6. Wat vormen de bloemen, die aan een steel zitten ?

Sluiten