Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de oksels der bovenste bladeren zitten de bloemen. Zij staan in hoopjes bijeen en hebben zeer korte steeltjes.. Daar de bladeren

paars wij ze tegenover elkaar staan, is dit met de hoopjes bloemen ook 't geval, 't Aantal bloemen in elk der oksels altijd oneven, 7 of 9, en de buitenste bloempjes van elk hoopje raken elkaar bijna. Daardoor lijkt het, dat de bloempjes den stengel als een krans insluiten.

De bloem: Kelk eenbladig, met 5 slippen. De kroon eveneens; ze lijkt wel een geopenden muil. De bovenlip is op den rand behaard; de onderlip hangt omlaag. De doovenetel heet lipbloem.

Tegen de bovenlip 4 meeldraden: twee lange en twee korte. Tusschen de meel¬

draden , welker helmdraden met de kroon vergroeid zijn, bevindt zich de stijl. De stempel is gespleten en heeft den vorm van een dubbelen haak.

De bloem bevat veel honigsap. Veel insecten azen er dan ook op. Behalve de witte doovenetel wordt ook de paarse menigvuldig aangetroffen.

OPGAVEN.

1. Hoe komt het, dat doovenetels altijd in bossen bijeen staan?

2. Welk deel van den stengel stertt niet in 't najaar?

3. Wat weet je van den stengel ?

4. Hoe zijn de bladeren geplaatst?

5. Welken vorm heeft het blad?

(>. Hoe komt de doovenetel aan haar naam 1

7. Waar zitten de bloemen?

8. Hoeveel bloempjes staan er aan één hoopje?

0. Hoe is de kelk ?

10. Wat weet je van de kroon ?

11. Hoe wordt de doovenetel genoemd ;

'2. \ ertel iets van de meeldraden.

Teekeneii: Twee opeenvolgende paren bladeren van de witte doovenetel, waartusschen het stengellid is weggenomen.

Sluiten