Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Waar leeft de geuis ?

]]. Waarin komen de horens van al die dieren overeen ? 12. Welke herkauwers kun je nu opnoemen?

3. Roofdieren.

In den vorigen cursus hebben we den hond en de kat leeren kennen als roofdieren of verscheurende dieren, als dieren nl., die zich in wilden staat uitsluitend voeden met vleesch, dat ze verkrijgen door jacht te maken op andere dieren. We liebben daarbij opgemerkt, dat hun lichaam zeer geschikt is voor de jacht. Snel kunnen ze loopen; ze zijn in 't bezit van klauwen, terwijl hun gebit uitnemend geschikt is, om de prooi vast te houden, stukken vleesch uit het lichaam van 't vervolgde dier te scheuren, en beenderen te vermorzelen. Slechts weinig roofdieren zijn huisdieren. De kat komt wel algemeen als huisdier voor; toch heeft ze, gelijk we vroeger opmerkten, veel van haar wilde natuur behouden. De hond echter is geheel huisdier geworden; hij volgt den mensch in alle luchtstreken. Soorten van honden: jachthond, dashond of taks, windhond, New-Foundlander, St.-Bernardshond, herdershond, poedel; kenmerken van die verschillende honden. Hondsdolheid.

Verwant met den hond zijn de wolf en de vos. De wolf komt het meest met den hond overeen. Op zijn kop staan twee rechte ooren. Den staart laat hij hangen. De kleur, geelachtig grijs, wisselt af naar de omgeving, waarin hij leeft. In 't hooge Noorden is de pels 's winters bijna wit; in de Pyreneeën wel zwarte wolven. In ons land komt hij niet meer voor; hij heeft zich naar onbewoonde streken en naar 't bergland moeten terugtrekken. Toch in 1890 in Noord-Brabant nog een wolf geschoten. Verschil in geaardheid met den hond. Van nature lafhartig. De honger maakt hem stoutmoedig.

De vos is veel kleiner. Ook zijn pels, gewoonlijk roodbruin, wisselt af naar zijn omgeving. In ons land voornamelijk in

Sluiten