Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Waarom zoeken ze hun voedsel niet over dag?

5. \\ at beteekent de uitdrukking ,}het hazenpad kiezen" ?

6. Wat zijn: de lepels, de bol, de piuim en de loopers van den haas?

7. Welke dieren heeten samen ware muizen?

8. Waarin verschilt de huismuis van de rat?

9. Welke dieren heeten samen woelmuizen ?

10. Wat weet je van de veldmuizen?

11. Vertel ook iets van den eekhoorn.

7. Insecteneters en vleermuizen.

Er bestaat een nauw verband tusschen 't gebit van een dier en zijn leefwijze. Of m. a. w. een nauw verband tusschen den bouw der tanden van eenig dier en het voedsel, dat het gebruikt. Zooals reeds vroeger is opgemerkt, bezitten roofdieren scherpe snijtanden, groote hoektanden en kiezen.

Ook de insecteneters hebben een gebit, in overeenstemming met het voedsel, dat ze gebruiken: scherpe snijtanden en puntige kiezen; de punten der kiezen van de eene kaak passen in de ruimten tusschen de kiezen der andere, zoodat die punten in 't lichaam van 't insect dringen.

Bekende insecteneters zijn de mol, de spitsmuis en de egel. Den egel hebben we reeds in den vorigen cursus behandeld. Over den mol hebben we een les opgenomen in II A, waarbij ook iets van de spitsmuis is meegedeeld.

De vleermuis heeft een gebit, veel overeenkomende met dat van den mol; ze is geen muis, geen knaagdier, maar eet insecten. Doch, wat haar uiterlijk betreft, verschilt ze veel van bovengenoemde insecteneters. Haar voorpooten zijn geheel vergroeid; de achterpooten zijn dun, maar sterk. Tusschen de ledematen bevinden zich groote, dunne vliezen. De vliezen vormen samen een vlieghuid. De nagels op de klauwen der achterpooten steken buiten dat vliegvlies uit.

De vleermuizen kunnen niet best loopen; de meeste zijn ook niet in staat, om van den grond op te vliegen. Ze laten zich van een hoogte vallen en spreiden dan onder 't vallen de vlieghuid uit.

Sluiten