Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De esch: gladde bast; bladeren oneven geveerd met veel jukken. Bloemen vóór de bladeren. Vruchten langwerpig, gevleugeld.

De iep of olm, gemakkelijk te herkennen aan de bladeren: vinnervig, eirond, spitse top, sclieeve voet (vooral dit laatste kenmerk valt duidelijk in 't oog en is gemakkelijk te onthouden), rand gezaagd. Komt veel voor in lanen en op stadssingels.

De berk, gemakkelijk te herkennen en aan den blanken, glansenden bast, die heele lappen afwerpt en aan de ruitvormige, gladde bladeren. De stam meestal niet rechtop.

Den els ontmoeten we menigvuldig aan den slootkant. En de sparren en dennen willen we een volgenden keer bekijken. Van al die boomen willen we bladeren meebrengen en maken tot skeletten. Den vorm dier bladeren teekenen.

Getrouw aan ons beginsel, de verbinding van het stelonderwijs aan het zaakonderwijs, wenschen we ook in dit leerjaar oefenin•gen ter schriftelijke uitwerking te geven na de behandeling van een of ander onderwerp. In plaats van echter vragen te stellen, achten we de leerlingen in dezen cursus wel zoo ver gevorderd, dat ze, naar aanleiding van eenige opgegeven punten, het behandelde in een opstel kunnen teruggeven.

WEI, HOF EN BOSCH.

1. Waaraan meu al kan weten, dat de lente gekomen is.

2. Waarom we voor alles een bezoek brengen aan de bonte wei.

3. Welke bloemen daar nu bloeien.

4. Wat moois er al in den hof te zien valt.

5. Waarin de bloemen van den perzikboom en den abrikoos overeenkomen. (J. Vergelijking van de bladeren.

7. Vergelijk ook de vruchten met elkaar.

8. Welke boomen we in het bosch ontmoeten. Hoe ze er uitzien.

2. Langs weg, heg en steg.

Op deze wandeling ontdekken we eenige mooie bloenipjes, die , we nader wenschen te bekijken.

Aan de kleine muur, die haast overal voorkomt, merken we

Sluiten