Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men de planten op rijen. De onderste bladeren heeten aardgoed, de daaropvolgende zandgoed, de bovenste bestgoed. Gebruik van de tabak: sigaren, sigaretten, rooktabak, snuif, pruimtabak, 't Vergif in tabak heet nicotine, dat in de maag nadeelige gevolgen kan hebben.

De tabak, evenals de aardappel, uit Amerika. Columbus vond de inlanders rookende. In 't begin der 16® eeuw zaad naar Europa gezonden. Later de plant in Frankrijk verbreid door Jean Nicot.

In ons land tabak verbouwd in Gelderland en Utrecht. Bij ons beteekent de tabaksteelt niet veel. In den zomer vaak de tabak door hagelbuien geteisterd.

De zwarte nachtschade komt haast overal voor, o. a. in heggen, ook op bouwland. Die kan dus al heel gemakkelijk beschouwd worden.

Evenzoo het bitterzoet, een heester, welks stengel niet stevig is en daarom gedragen moet worden door heggen en struikgewas; zonder steun liggende. De bloem lijkt veel op die van den aardappel; de kroonslippen zijn spitser, daardoor meer stervormig. De kroon paars, met een paar groene vlekjes, met wit omzoomd. De gele helmknoppen vallen duidelijk in 't oog. Vrucht: een langwerpige, roode bes. De schors, gekauwd, smaakt eerst bitter, daarna zoet. Vandaar de naam.

De doornappel heeft zijn naam te danken aan zijn met stekels bezette doornvrucht. Komt veel bij inesthoopen voor.

GIFTPLANTEN.

1. Waardoor sommige planten gevaarlijk voor ons zijn.

2. Welke verwanten van de aardappelplant tot de giftplanten behooren.

3. Beschrijf de tabaksplant (bloem, bladeren, gebruik, herkomst. waar verbouwd).

4. Het bitterzoet en de doornappel: waarom ze zoo geheeten worden, en waar ze gevonden worden.

Sluiten