Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. In het bosch.

't Is nu September. Wat er sedert de Meimaand al veranderd is in 't bosch. 't Gelend loover. Alleen nog groen de naaldboomen. Waardoor deze altijd groen zijn. De den behoudt zijn naalden 3, de spar 0 of 7 jaar. Daar deze twee naaldboomen zoo vaak met elkaar verward worden, willen we eenige punten van verschil opsporen.

Letten we eerst op den stam en de takken, dan merken we bij den den het volgende op: de stam is gebogen, althans bij alleenstaande boomen; staan ze bij elkaar, dan de stammen recht en slank, en dan verdwijnen de onderste takken spoedig, zoodat alleen de toppen groen zijn. De takken overigens krom en knoestig. Schors: roodbruin, vooral naar den top. Onder aan den stam vinden we overlangsche groeven.

De stam van den spar heeft een meer regelmatige gestalte. De takken staan bij vijven om den stam. Beneden zijn ze een weinig doorgebogen en hangende; naar den top meer recht en schuins opstaande. De schors is minder ruw dan die van den den: niet bruin maar grauw of groenachtig.

De naalden van den den zitten bij tweeën in een vliezig kokertje; ze zijn 4 li 5 cM lang. Die van den spar zijn 1,5 cM en staan afzonderlijk. Aan dit kenmerk zijn beide boomen heel gemakkelijk van elkaar te onderscheiden.

De vracht van den den is een kegel, grauw van kleur en zeer hard. Elke schub van den kegel is min of meer driekantig. De vrucht van den spar heeft den vorm van een cilinder. Kleur bruin; schubben dun. Deze vrucht is veel grooter dan die van den den.

Gemakkelijk kan men eenige kegels van de wandeling meebrengen en die in school nauwkeurig bekijken. Men kan dan doen opmerken, dat elke schub zoo diep gespleten is, dat ze bestaat uit 2 deelen: een onderste dekschub en een bovenste zaaddragende schub. Aan den voet der laatste 2 zaadjes.

Waarin de naaldboomen verder met elkaar overeenkomen. Tevreden met een schralen grond; op duinen en heidegrond.

Sluiten