Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. Onze mond.

In de vorige les hebben we den mond reeds een enkele maal genoemd; thans willen we de deelen ervan eens wat nauwkeuriger beschouwen. Van onze kaken kan alleen de onderkaak bewogen worden. Zij vormt met de bovenkaak een gewricht, dat we wel voelen kunnen, als we den vinger onder tegen het oor drukken en dan de onderkaak op en neer bewegen. In die kaken zitten de tanden. Zij steken boven de kaakbeenderen en het tandvleesch uit. Het zichtbare deel van een tand heet de kroon; het onzichtbare deel, waarmee de tand in het kaakbeen is bevestigd, heet de tvortel. Een tand bestaat uit been; de kroon is met een laagje tandemail bedekt. Dit email is zeer hard en slijt daardoor niet licht af. En dat is van groot belang; want is

Tanden, a: Snijtanden; b: hoektand; c: kiezen; d: een hoektand en kies in overlangsche doorsnede.

er eenmaal een plaats van het tandbeen onbedekt, dan duurt het niet lang, of er vertoont zich een klein gaatje. Dit wordt langzamerhand grooter, en tandpijn zal gewoonlijk volgen. Vooral wanneer we warme en koude spijzen en dranken spoedig na elkaar in den mond nemen, komen er licht kleine scheurtjes in 't email; we stellen dan onze tanden aan een te spoedige uitzetting en inkrimping bloot, 't Gaat dan met de tanden als met een oud etensbord, waarvan de buitenste laag uit glazuursel bestaat. Daarin zitten dikwerf ook tallooze scheurtjes of barstjes. — Door het kraken van noten, het bijten op andere harde voorwerpen of het gebruiken van metalen tandenstokeis kan er licht een stukje van 't email der tanden afspringen. Voor een en ander

Sluiten