Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'2. Het roesten tier metalen. Edele en onedele metalen.

3. Hoe metalen in den grond voorkomen.

4. Iets over het koper, het tin, het zink en het kwikzilver.

2. Planten, dieren en delfstoffen.

Het veen, de steenkool, het ijzer en het zout worden met één naam mineralen of delfstoffen genoemd; de naam delfstoffen wijst er op, dat ze uit den grond worden gedolven. Alle metalen zijn delfstoffen, doch niet alle delfstoffen zijn metalen. Ook krijt, kalk en klei worden tot de mineralen gerekend. Zelfs de lucht behoort daartoe. Alle delfstoffen komen hierin overeen, dat ze levenlooze of doode voorwerpen zijn. In een vorige les hebben we er op gewezen, welk een groot verschil er bestaat tusschen planten en dieren; het onderscheid tusschen deze en de delfstoffen zal blijken, nog veel grooter te zijn. Planten en dieren toch worden geboren; ze groeien, bloeien, verwelken, sterven. Zulks is met de delfstoffen niet het geval. Deze kunnen alleen grooter worden, doordat er nieuwe deeltjes aan den buitenkant van het bestaande voorwerp worden toegevoegd. De delfstoffen hebben geen stofwisseling, ze kennen geen ademhaling. Ze hebben geen organen of werktuigen om voedsel op te nemen; daarom heeten ze anorganische of onbewerktuigde lichamen. Terwijl de planten en dieren een grootte bereiken, tusschen bepaalde grenzen gelegen. kunnen de delfstoffen in allerlei willekeurige grootte voorkomen.

Ook ten opzichte van den vorm bestaat er groot verschil. Planten en dieren vertoonen meestal gebogen oppervlakken; de delfstoffen worden, indien ze nl. een bepaalden vorm aannemen, door platte vlakken begrensd. En toch bestaat er, niettegenstaande dat groote verschil, een innige betrekking' tusschen planten. dieren en delfstoffen. Hebben we vroeger reeds opgemerkt, dat er zonder planten geen dierenwereld mogelijk zou zijn, even waar is het, dat er zonder delfstoffen geen organisch

Sluiten