Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan worden uit het verband, waarin ze voorkomen. Maar voor het aanvankelijk leesonderwijs is noch het een noch het ander noodzakelijk. Waartoe zouden we dan den beginner onnoodig met een nieuwe moeilijkheid lastig vallen ?

Dus:

I)e woorden en zinnen, die als eerste leesstof' dienen, moeten bij (die leerlingen der klasse onmiddellijk bij het hoor en van den woordklank dezelfde beelden en </edachten te voorschijn roepen.

§ 8. Hieruit volgt echter volstrekt niet, dat die eerste leesstof zich moet bepalen tot het kleine groepje beelden en gedachten, dat men verkrijgt, als men het gelijke verzamelt uit de bonte verscheidenheid, die de leerlingen der aanvangsklasse bij hun komst in de school medebrengen. Een onderzoek naar dat gelijke in hun beeldenschat is zeer zeker gewenscht, er mede rekening te houden, niet minder, maar uitsluitend dit te gebruiken als stof' voor de eerste leesoefeningen is niet aan te bevelen, omdat deze dan al te beperkt zou zijn. en niet noodig. omdat er niets tegen is enkele nieuwe zaakvoorstellingen aan te brengen ter wille van het leesonderwijs.

Bij het onderzoek naar de voorstellingen, die alle kinderen bezitten, zou het b.v. wel eens kunnen blijken, dat sommige niet wisten, wat woorden als room, raap, maat beteekenen; in gezinnen, waar alleen afgeroomde melk wordt gebruikt, waar de ouders niet van rapen houden, waar oudere kinderen dan de zesjarige de boodschappen doen, is zoo iets volstrekt niet onmogelijk. En zou men nu die woorden angstvallig hebben te weren ? Immers neen; ieder onderwijzer is toch wel in staat te zorgen, dat van zulke woorden voorstellingen worden aangebracht ?

Dat dit niet zoo maar even bij het begin van een leesles moet gebeuren, spreekt wel van zelf. maar mag toch nog wel oven in herinnering gebracht worden.

Of men het doet in den tijd voor lezen aangegeven, of in die voor zaak- of aanschouwingsonderwijs uitgetrokken, doet niets

Sluiten