Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het bovengenoemde zevental kan voorloopig best gemist worden: de reeds behandelde letters geven zoo'n ruimen voorraad woorden, dat het gemis van die andere af en toe alleen

gevoeld wordt door hem, die de lesjes maakt. De lezer

bespeurt niets meer van de gewrongenheid, die bij de eerste lesjes verraadt, dat nog heel wat woorden niet gebruikt kunnen worden.

Van veel meer belang dan het leeren van die letters is het enkele andere moeilijkheden onder handen te nemen, waarover in het volgende hoofdstuk gesproken wordt.

§ 39. Hier moet alleen nog de vraag behandeld worden: wanneer zullen we de hoofdletters leeren?

Voor verscheidene letters is er geen noemenswaard verschil in vorm — alleen in grootte — tusschen de hoofdletter en de gewone. Het aantal afwijkende is echter niet onbeduidend: A, B, D, E. F, G, H, L, M, N, R, T.

Daarom is het niet gewenscht ze dadelijk naast de gewone letters te leeren. Zelfs is er iets voor te zeggen er maar mee te wachten tot het aanvankelijk lezen haast is afgeloopen. In de eerste drukken van de leesboekjes werden ze dan ook pas behandeld in het 6e stukje, waar ze met andere overgangen tot het voortgezet lezen aan de orde kwamen. Immers ze waren niet eer noodig.

Er is echter opgemerkt, en terecht, dat er iets voor te zeggen valt ze vroeger te leeren. Als onze kleine lezers zoo ongeveer in het derde stukje zijn, dan beproeven ze hun kennis op al wat ze onder de oogen kunnen krijgen: geen boek, geen stuk van een krant, geen koffiezak laten ze met rust. En welk een voldoening hebben ze niet, als het hun gelukt er uit wijs te worden!

Zulke „zelfwerkzaamheid" moeten we toejuichen en, als we kunnen, bevorden. Maar dan is het ook noodig niet te lang met de hoofdletters te wachten, want zonder deze zitten ze slag op slag verlegen, ofschoon het aantal letters, dat ze kennen en hun vaardigheid in het verbinden hen heel vaak

Sluiten