Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En eindelijk komt het lidwoord van bepaaldheid aan de beurt.

Voor de uitgebreide oefeningsstof zie men het bijzonder gedeelte.

§ 46. Als leermiddel bij de leesoefeningen kan men zoowel het bord gebruiken als boekjes.

Bij het eerste heeft men het voordeel, dat het leeslesje met de kinderen kan worden opgebouwd.

Of men hierbij de woorden eerst door de leerlingen laat maken met letterblokjes of schrijven op de lei, dan wel. of men in eens de les op het bord schrijft, in ieder geval kunnen de kinderen woord voor woord zien ontstaan en er bestaat minder gevaar, dat ze tusschen al die teekentjes geen weg weten te vinden dan bij de eerste kennismaking met de leesboekjes het geval is.

Ook is het voor den onderwijzer gemakkelijker te controleeren, of „alle oogen naar het bord" dan of „alle oogen in de boekjes" kijken.

Eigenlijk is noch het een noch het ander moeilijk, als men er niet meer mee bedoelt dan er staat. Of aller gelaat naar het boekje gericht is, kan de onderwijzer even snel zien als hij kan nagaan, of het in de richting van het bord .. . staart. Maar, of door allen wordt meegelezen, kan hij gemakkelijker te weten komen van een klasse, die recht voor zich uit ziet dan van leerlingen, wier oogen hij niet zien kan. Bij deze kan alleen de houding, soms ook de beweging der gelaatsspieren hem zeggen, of er meegewerkt wordt.

Bij het lezen op het bord behoeven de leerlingen ook niet bij te wijzen; dat kan de onderwijzer doen.

Bovendien zijn lesjes op het bord te gebruiken voor oefeningen in het lezen van losse woorden, zooals bedoeld zijn in het laatste gedeelte van § 6.

Als reeds eenige vaardigheid verkregen is. kan de onderwijzer hierbij gemakkelijk alle leerlingen bij het werk houden, door niet het stokje bij een woord te houden, totdat het gelezen is. maar het slechts even aan te wijzen, een oogenblik

Sluiten