Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaats vinden, die bij het aanvankelijk leesonderwijs van dienst kunnen zijn. Want daarbij heeft men ook reeds met fouten in het leggen van den juisten klemtoon te maken, zoowel ten opzichte van woord.- en syUabentoon als van rhetorischen toon.

Als bij het spreken de klemtoon goed gelegd is. bestaat er veel kans. dat dit ook bij het lezen gebeurt. Wordt er dus bij het spreken de noodige zorg aan besteed, dan heeft men daarvan bij het lezen de goede gevolgen te wachten.

Dit neemt niet weg, dat er toch vaak fouten voorkomen, nu eens, doordat een verkeerde lettergreep den vollen klemtoon krijgt, dan weder, doordat hij op het verkeerde woord in den zin gelegd wordt. Hij kan verbeterd worden, doordat de onderwijzer eenvoudig zegt, op welk woord gedrukt moet worden. In sommige leesboekjes zijn de woorden, waarop de klemtoon moet vallen, met een andere letter gedrukt. Deze wijze van handelen komt overeen met de eerste. Beide zijn minder goed, omdat de leerling daardoor niet langzamerhand leert inzien, waarom een of ander woord anders gelezen moet worden dan het overige deel van den zin. Het beste is door een vraag de leerlingen te dwingen den klemtoon juist te leggen bij het spreken, waarna het niet moeilijk valt hem bij het lezen over te nemen.

In het eerste lesje in het le stukje moeten b.v. vooral de woorden: lei (2e regel), les (3e regel), noot (laatste regel), den vollen klemtoon krijgen. Geven de kinderen dien niet goed aan, dan vrage de onderwijzer: „waarmee ging net naar oom ?", „wat stond er op de lei?", „wat eet oom?" Daarop volgen de antwoorden: „met een lei", „een les", „een noot". Daarna zullen de leerlingen er gemakkelijk toe komen den klemtoon bij het lezen ook juist te leggen.

Een enkele maal zal het noodig zijn die vragen nog zoo te wijzigen, dat een tegenstelling leidt tot een juisten klemtoon; zoo brengt de vraag: „eet oom een peer?" door tegenstelling tot het leggen van den hoofdtoon op .noot".

Gelukt het niet door dergelijke vragen de fout te verbeteren, dan moet de onderwijzer wel laten hooren. hoe het wezen moet.

Sluiten