Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om te voorkomen, dat het zoo diep in het geheugen wegzinkt, dat het er niet meer uit opgehaald kan worden; maar het te laten maken zoo vaak het voorkomt, zou tijd verspillen zijn.

Hetzelfde geldt voor woorden, die meermaal in één lesje voorkomen. Zoodra de onderwijzer bemerkt, dat een woord zoo vaak gemaakt is, dat het beeld vast in het geheugen zit, kan hij het eens of tweemaal laten maken, ook al komt het in een lesje vaker voor. Er wordt dan op de volgende wijze gehandeld (als voorbeeld is het eerste lesje uit het le stukje gekozen): na de vertelling vraagt de onderwijzer, wat het eerst opgeschreven moet worden; antw.: net naar oom toon.

\ an dezen zin worden alle woorden een voor een gemaakt en daarna op het bord geschreven; evenzoo van de volgende twee.

\ an den vierden zin wordt lees gemaakt, maar na de vraag, wat dan volgt, zegt de onderwijzer: dat woordje zal ik maar eens opschrijven: evenzoo handelt hij met het volgende woord en met de eerste drie woorden van den laatsten regel.

Het zal zeker wel niet noodig zijn telkens aan te geven, welke woorden op deze wijze overgeslagen kunnen worden.

Bovendien zal dit niet voor alle kinderen gelijk zijn. De onderwijzer moet hier al weer beslissen.

In § 13 is al iets gezegd over afwijkende interpunctie.

Bij het inzien der leeslesjes zal opgemerkt kunnen worden, dat ze, vooral in het begin, nogal afwijkt van de gewone. Later zal dit steeds minder het geval worden om den overgang tot het lezen uit andere boekjes niet te moeilijk te maken, maar in het begin is die afwijking vrij sterk: vraagteekens staan soms midden in een zin. een punt komt soms voor. waar wij een komma-punt zouden plaatsen, en het aantal komma s is veel grooter dan wij gewoonlijk gebruiken. De reden voor de eerste twee afwijkingen is niet moeilijk na te gaan. tot de laatste heeft de overweging geleid, dat teekens rustpunten zijn, maar dan ook voorloopig moeten geplaatst worden overal, waar in een zin opgehouden

Sluiten