Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt. Langzamerhand zullen de leerlingen uit de beteekenis van een zin kunnen opmaken, waar zij moeten rusten, ook al staat er geen teeken, maar voorloopig moet deze moeilijkheid vermeden worden.

Ze gewennen hierdoor tevens aan het rusten bij natuurlijke rustpunten.

Opmerkingen bij de lesjes.

Bladz. 3. De bedoeling is, dat de laatste twee regels op de lei geschreven staan.

Bladz. 5, laatste drie regels: de eieren en het meel moeten dienen om er koeken van te laten bakken.

Bladz. 6, regel 4: mie gaat naar moor om de moot aal af te nemen; regel 11 en 12: leen neemt de moot van de kat af.

Woorden als moor en meer worden niet ontbonden, maar op het bord geschreven en dan gelezen. Daarna kan men ze laten namaken.

Vooroefeningen met h.

In plaatsen, waar deze letter niet uitgesproken wordt, moet er bij alles, wat door de leerlingen gesproken wordt, dus ook bij reken- en aanschouwingsonderwijs, gelet worden op het uitspreken van die letter. Kinderen, die hiermee moeite hebben, kan men tot het uitspreken der h brengen, door ze eerst te laten zuchten, waarbij ook zij een geluid voortbrengen dat met h overeenkomt. Daarna komen zij gemakkelijk tot het uitspreken van woorden met h.

Woorden laten noemen met aa, waaronder haan. Dit woord laten ontbinden. Woorden laten noemen met h vooraan.

De platen geven:

Plaat I: haar, ham, hond, happen, hoofd, hand, halsbandje (konijn).

Plaat II: huis, hark, hoed, kippenhok, haarlintje.

Plaat III: haarkam, hemel (ledikant), behangsel, handdoek.

Plaat IV: hobbelpaard, harlekijn, hoed (pop), huisje (bouwen), hoepel.

Sluiten