Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo heet ik ook.

ik zal aan de ruit tik-ken.

oom ziet hier heen.

Bladz. 18.

is er meel in dien zak. saai ?

neen, loos, er is zeep in.

hier is een zak met meel.

toos en saar lie-pen naar moe.

wat zal moe met dat meel doen?

dat weet ik wel, zei saar.

wie weet het ook ?

Bladz. 19.

kees zit op een duin.

kees ziet naar de zee.

kees ziet een zeil.

leen ziet wel zes zei-len.

toon zei: een zeil kan ik niet meer zien.

de zon is on-der.

als de zon on-der is, dan is er niet vee! meer te zien.

Bladz. 20- 21.

piet zat in huis.

piet was ziek.

wat doet die voet zeer.

piet viel in een kuil.

de moe-der van piet haal-de hem er uit.

wees maar zoet, piet.

ik zal naar den dok-ter loo-pen.

de dok-ter keek naar den voet, en zei:

daar moet een nat-te doek om.

Vooroefeningen met de g. Laten ontbinden: geit. Woorden laten noemen met g vooraan. Er wordt niet opgegeven woorden te noemen met de () achteraan, omdat dan de g den klank der ch heeft. Een enkele maal zal het voorkomen, dat de g vooraan ook als ch uitgesproken wordt: dan moeten natuurlijk weer spreekoefeningen gehouden worden om een juiste uitspraak van deze letter te doen verkrijgen.

Sluiten