is toegevoegd aan je favorieten.

Handleiding voor het aanvankelijk leesonderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bladz. 11:

Toos zei: speel je, mee, Saai ?

Saar speel-de niet mee.

zij speel-de lie-rer een an-der spel.

toen speel-den Toos en Sien al-leen. dat speet Saar wel.

Bladz. 12 en 13:

koest, Hek-tor! blaf maar niet.

blijf maar stil in je hok.

er is bloesem aan de boo-men.

dat lij-ken wel b/oe-men.

zij blij-ren maar kort aan de boo-inen.

Koos-je nam tul-pen mee voor haar moe.

wat zal haar moe blij zijn!

Bladz. 14:

Gijs, ons schaap-je loopt in de bleek.

en Fik loopt er ook.

het ar-me dier blaat.

het bleef niet bij zijn moe-der.

Bladz. 15 en 16:

Kee breit een kous voor broer Jan.

maar niet voor Hein.

een kous van brtii-ne wol.

dat is braaf van haar.

zij heeft een bril op den neus.

Bladz. 16 en 17:

Bram loopt te brom-men.

moe at geen brij van grut-ten.

Bladz 18:

Dries is een dreit-mes van vier jaar. hij droom-de wat.

groot-moe (fat' hem een pijp drop.

Dries wou wel weer zoo droo-men.

Bladz. 19:

Jaap heeft ver-iriet.

Hij was te druk.

10